Gelukkig, Op de rij voor me begint als de deur nog niet eens gesloten is een klein monster te janken. Alleen al de gedacht aan een 5 uur durende vlucht zonder schreeuwend, jankend kind binnen 5 meter van mijn eigen stoeltje zorgt er voor dat het koude zweet me uitbreekt.
En dat terwijl de dag zo perfect begon. Twee uur voor vertrek uit Sharm El Sheikh werden we op het vliegveld gedropt waar de incheckbalie gelukkig open was. Leek. Want hoewel de druk bellende Ghalid Hossam achter de balie de indruk wekte dat hij de wachtrij van een kleine 150 Nederlanders binnen een sigaret of 3 weg gewerkt zou hebben stonden we bij het aanbreken van Hossams tweede pakje Marlboro nog immer op de zelfde plek.
“Thiz is a call for pazzengerz of fligt 182 to Amzterdam. Inmediatly proceed to gate 3 for boarding, last and final call, please proceed to gate fast, realy fast” De stem uit de speaker bezorgd Hossam zweet plekken op zijn smoezelige overhemd, goed zichtbaar als hij de lacherige groep Hollanders tot kalmte maant met de armen hoog boven zijn hoofd geheven.
Storing. De Egyptische PC met MS Dos is rokend tot stilstand gekomen en Hossams pogingen tot reanimeren zijn al bij voorbaat vruchtelozer dan een poging van de broer van Osama Bin L om de VS in te komen.
Gelukkig hebben ze in Egypte overal een oplossing voor. Een sticker. Kregen wij vroeger in groep 5 als je de tafel van 3 foutloos op kon zeggen, hier is het de oplossing voor een falend computer systeem. Stickertje met stoelnummer op een verder blanco boardingpass en hoppa die douane door. Nog 7 minuten tot departure dus we hebben zelfs nog ruim de tijd om de airport catering te testen.
Douane dan. In tegenstelling tot de bekrompen Westerse gedachtengang zijn ze in Egypte niet bang dat mijn anderhalve liter fles met water op mysterieuze wijze tot bom zal transformeren en het toestel van Transavia er van zal weerhouden om zijn bestemming te bereiken.
Aan boord slaat dan toch het noodlot toe. De tv schermpjes weigeren keer op keer dienst. Gedoemd zijn we. Hoe kunnen we ooit in Amsterdam aankomen als we de veilgheidsinstructievideo niet kunnen bewonderen?! Panisch zoek ik boven mijn hoofd naar een reddingsvest en onder mijn stoel naar een zuurstofmasker. Kut, hoe krijg ik die riem vast? Straks botsen we en zal je zien dat ik als enige door de voorruit vlieg.
Gelukkig is onze redding nabij. Onze chagrijnige purser heeft, in tegenstelling tot de 200 passagiers, het filmpje vaker gezien. Op monotone wijze maakt zij me, visueel ondersteund door haar collega’s van de ‘cabin crew’, duidelijk dat de zuurstof van boven komt en de zwemvesten onder je stoel liggen.
Nog geen half uur later staan we weer aan de grond. Supersonisch, denk ik verbaasd. Tot ik me realiseer dat Schiphol niet midden in een woestijn ligt. Natuurlijk, tussenlanding. Hurghada. Als iedereen die zijn vakantie hier gaat beginnen uitgestapt is krijgen wij, de vakantiegangers die zo snel mogelijk naar huis willen, het verzoek om het vliegtuig ook te verlaten. We gaan immers over drie kwartier pas weer verder.
Ach, een paar extra zonnestralen is niet weg, denk ik als ik naar de bus loop die ons naar de terminal zal brengen. De deuren sluiten en de chauffeur zet het gevaarte in zijn versnelling, geeft gas en.. remt weer. Is er iets mis? De deuren zwaaien weer open. We zijn er. Op nog geen 10 meter van ons vliegtuig mogen wij ons diesel gestookte transport weer verlaten.
Toevalligerwijs kom ik dan de broer van Hossam tegen. Hij is opgeleid aan de Universiteit van Caïro tot toiletjuffrouw en vraagt gretig om waardering voor deze prestatie in de vorm van fooi. De geur echter, die mijn neus binnen dringt als ik in Achmeds domein mijn blaas leeg doet me vermoeden dat Achmed niet Cum Laude geslaagd is aan de Urinoir University. De fooi houd ik dan ook maar op zak.
Na een minuut of 10 mogen we gelukkig de bedompte ruimte, waar naast Achmeds WC’s verder geen vertier te vinden is, weer verruilen voor de bus terug naar het vliegtuig. Overigens niet voordat onze tassen, 10 minuten daarvoor uit hetzelfde vliegtuig getrokken, door een scanner gegaan zijn. Je weet immers nooit wie er bij Achmed een wc-rol verduisterd heeft.
Afijn, uiteindelijk vertrekken we dan toch voor onze 5 uur durende vlucht naar Amsterdam. Met het vuvuzela achtige gejank van de rij voor me op de trommelvliezen sluit ik de ogen. Tot straks, tot in Mokum. Tevreden val ik in slaap.
Wiz.
